Voorzitter, beste Jeroen,

Allereerst hartelijk bedankt voor de vriendelijke woorden

Het zijn van volksvertegenwoordiger is een eer en een verantwoordelijkheid. Ik voelde dat bijzonder toen ik op 24 mei 2018 na de raadsvergadering waarin ik was geïnstalleerd naar huis fietste. Sinds die tijd bekijk ik de stad met andere ogen.

De laatste tijd kreeg ik de vraag: “wat blijft je vooral bij uit je periode als raadslid?”

Vanwege de tijd slechts wat hoogtepunten. Ik denk terug aan:

  • Mijn eerste debat over Tiny houses. Inmiddels is de pilot volgens mij wel geslaagd.
  • Gewoon stemmen over besluiten die de stad mooier maakten: denk aan Crescentpark, Wijde wellen. Nieuwe woningen en wijken in Hierden en Harderwijk.
  • Het initiatiefvoorstel dat Thijs (dank!) en ik hier mochten indienen. Aan onze opvolgers de oproep om de uitvoering heel nauw te blijven volgen
  • Er zijn ook veel zaken die niet zo zichtbaar zijn, maar wel bijdragen aan de gemeente die we willen zijn: de aangenomen motie om het primaat voor sociale woningbouw bij de woningcorporaties te leggen en niet bij projectontwikkelaars.

Het jaar dat ik fractievoorzitter mocht zijn, was intensief. Bij de ombuigingen moesten lastige keuzes worden gemaakt. Een bijzonder dank aan Tim, Andrea en Anke voor de goede samenwerking in dat traject. Samen hebben we keuzes kunnen maken op de inhoud, met het algemeen belang en de bloei van de stad voor ogen.

Ik wil het college, de griffie, de ambtenaren, jullie, collega-raadsleden, en natuurlijk mijn fractie van de ChristenUnie bedanken. Ik waardeer de constructieve en respectvolle cultuur die we hier met elkaar hebben enorm. Daarin zijn we het natuurlijk niet altijd met elkaar eens, maar door in gesprek te blijven, kan er wel een gemeenschappelijke basis gevonden worden. Dat is de kern van onze democratie en dat is  zeker in deze tijd een groot goed.

Over deze tijd gesproken, moet me nog iets van het hart.

Hier achter mij staat artikel 1 van onze grondwet met het verbod om onderscheid te maken tussen mensen. De overtuiging dat dat artikel iets is om voor te vechten, komt voor mij voort uit de overtuiging dat ieder mens een uniek, geschapen wezen is naar Gods beeld met een intrinsieke waarde. Deze waarde is onvoorwaardelijk en hangt niet af van waar je wieg stond, je maatschappelijke bijdrage, je leeftijd, je beperkingen of je vermogen.

In onze samenleving krijgt een huiveringwekkend gedachtegoed meer en meer voet aan de grond. Het idee dat er mensen zijn die meer en minder waard zijn. Helaas gaat dat onze gemeente niet voorbij. Ik schrik ervan als er gewoon met “dumpen in het Wolderwijd” wordt gereageerd op sociale media onder berichten over de opvang van asielzoekers.

Recent hoorde ik een toespraak van hoogleraar Beatrice de Graaf. Ik werd er in eerste instantie niet blijer van, zij betoogt dat we in Nederland al in fase 3 van het handboek rechts extremisme aangekomen zijn. Toch gaf ze hoop en huiswerk mee.

Ik licht één punt uit haar betoog. Ze doet de klemmende oproep om te blijven benoemen wat niet normaal is. Ik hoop dat wij — en in het bijzonder de nieuwe raad —ons dat pleidooi ter harte nemen.

Voorzitter, ik sluit af. Niet met een vaarwel, maar hopelijk een tot ziens.
Dank en ik wens ieder van jullie Gods zegen!